Er zijn 5 fiscale regelingen voor een fiets, elektrische fiets of pedelec:
Kies uw situatie:
U heeft een eenmanszaak en wilt een fiets voor uzelf. U kunt gebruikmaken van:
U wilt uw werknemer(s) helpen om een fiets te kopen of leasen. U kunt gebruikmaken van:
Bent u dga (directeur-grootaandeelhouder) van uw bv of nv? En wilt u een fiets voor uzelf? Omdat u werknemer van uw bv of nv bent, geldt voor u hetzelfde als voor de ondernemer met werknemers.
U koopt of leaset een fiets met uw eenmanszaak. Dat mag wanneer u de fiets voor minimaal 10% zakelijk gebruikt.
U kunt de aanschafkosten van de fiets aftrekken van de omzet. Dit doet u door elk jaar een deel van de prijs (maximaal 20%) af te schrijven. Kijk hoe u het bedrag van de jaarlijkse afschrijving berekent.
Ook mag u kosten voor de fiets aftrekken. Bijvoorbeeld de leasekosten en kosten van een fietsverzekering, reparaties of accessoires.
Omdat u de fiets ook privé kunt gebruiken, heeft u voordeel van de fiets van de zaak. Daarvoor betaalt u ieder jaar een bedrag via de inkomstenbelasting: de bijtelling. In uw aangifte telt u de bijtelling op bij uw winst. De bijtelling is 7% van de adviesprijs van de fiets.
U betaalt geen bijtelling voor een fiets die u alleen voor woon-werkverkeer gebruikt. Zoals een ov-fiets, hubfiets of andere deelfiets. De fiets mag alleen heel soms bij uw woning staan, maximaal 10% van de tijd. Deze regel geldt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020.
U kunt de btw van de aanschafkosten en losse kosten voor de fiets aftrekken als voorbelasting in uw btw-aangifte. Dat kan alleen voor het deel van uw omzet dat met btw is belast en waarvoor u de fiets heeft gebruikt. Bijvoorbeeld als u werkt als zelfstandig advocaat en met de fiets naar uw klanten en zakelijke afspraken gaat.
Gebruikt u de fiets van de zaak niet alleen zakelijk, maar ook privé (gemengd gebruik)? Dan zijn er verschillende opties voor hoe u met de btw omgaat. Lees meer over btw aftrekken bij gemengd gebruik op Belastingdienst.nl.
Koopt u een fiets van de zaak? Dan kunt u misschien gebruik maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Die komt boven op uw andere aftrekposten. Lees meer over de KIA en of u die kunt gebruiken.
Koopt u een elektrische bakfiets? Soms kunt u dan milieu-investeringsaftrek krijgen. Lees hier waar u dan aan moet voldoen.
U koopt of leaset een fiets voor uw werknemer. Uw werknemer mag de fiets onbeperkt privé gebruiken. En hoeft de fiets niet voor woon-werkverkeer te gebruiken.
Voor de loonheffingen is de waarde van de fiets 7% van de adviesprijs. Dit is de bijtelling. U telt de bijtelling op bij het brutojaarsalaris van uw werknemer. Over het bedrag van die bijtelling houdt u per aangiftetijdvak loonbelasting/premie volksverzekeringen in. En u betaalt over de bijtelling ook premies voor de werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zvw aan de Belastingdienst. Uw werknemer ontvangt daarom een iets lager nettosalaris.
Voor de dga betaalt u over de bijtelling geen premies werknemersverzekeringen en houdt u de bijdrage Zvw in op het nettoloon.
U betaalt geen bijtelling voor een fiets die u alleen voor woon-werkverkeer gebruikt. Zoals een ov-fiets, hubfiets of andere deelfiets. De fiets mag alleen heel soms bij uw woning staan, maximaal 10% van de tijd. Deze regel geldt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020.
De adviesprijs van de fiets is € 2.000.
De jaarlijkse bijtelling is 7% van € 2.000 = € 140.
Over het bedrag van de bijtelling betaalt de werknemer loonbelasting/premie volksverzekeringen. Die berekent u met deze formule: belastingtarief x de bijtelling.
Uw werknemer heeft een bruto jaarsalaris van € 35.000. Daar hoort een belastingtarief van 35,70% bij. Dan is de loonbelasting/premie volksverzekeringen: belastingtarief 35,70% x de bijtelling van € 140 = € 50.
Dus de werknemer betaalt voor 2026 loonbelasting/premie volksverzekeringen € 50 over de bijtelling. Per maand is dat € 4,16 voor deze fiets.
U kunt er ook voor zorgen dat de fiets uw werknemer niets kost. Dit doet u door de werkkostenregeling te gebruiken voor het bedrag van de bijtelling. U neemt het bedrag dan in uw loonadministratie op als eindheffingsloon. Dat is loon waarbij u als werkgever de loonbelasting voor uw rekening neemt. Zo blijft het bedrag voor uw werknemer onbelast. U moet daarvoor wel genoeg vrije ruimte hebben in de werkkostenregeling. Anders betaalt u 80% belasting over het bedrag van de bijtelling via de eindheffing. Opnemen als eindheffingsloon doet u in elk aangiftetijdvak.
Lees meer over de vrije ruimte en de eindheffing bij 'Eindheffing werkkostenregeling berekenen' in het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst.
Betaalt u de fiets voor uw werknemer? Dan kunt u de aanschafkosten aftrekken van de omzet. Dit doet u door elk jaar een deel af te schrijven. Kijk hoe u het bedrag van de jaarlijkse afschrijving berekent. Ook kunt u andere kosten van de fiets aftrekken. Zoals de leasekosten en kosten van verzekering, reparatie en onderhoud.
Wordt de fiets gebruikt voor woon-werkverkeer? Dan mag u de btw over de aanschaf van de fiets aftrekken tot maximaal € 130 aan btw. Dat betekent dat als een fiets € 749 of minder kost, u alle betaalde btw mag aftrekken. Kost een fiets meer dan € 749? Dan mag u € 130 aan btw aftrekken. U moet dan wel aan alle voorwaarden voldoen. Zoals dat u in het lopende kalenderjaar en de 2 jaren ervoor geen fiets heeft gekocht of geleaset voor uw werknemer. Anders mag u de btw niet of niet helemaal aftrekken.
Met de bruto/nettovergoeding levert uw werknemer een deel van het bruto-inkomen in. Dat deel kan uw werknemer gebruiken om een fiets te kopen. Dit bedrag (de vergoeding) neemt u in de loonadministratie als eindheffingsloon. Daar betaalt u geen belasting over zolang u binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling blijft.
Omdat het bedrag van het brutoloon af gaat, betalen u en uw werknemer minder loonbelasting en premies.
Eén van uw werknemers wil een fiets kopen. De werknemer heeft een bruto maandsalaris van € 4.500. De fiets kost € 1.250. U zet € 1.250 van het brutoloon van uw werknemer om in een vergoeding voor het kopen van de fiets. Dat doet u door dat bedrag af te trekken van het brutoloon. U kunt dit in een keer doen, of verspreid over verschillende maanden in hetzelfde jaar.
Normale maand voor uw werknemer:
Uw werknemer krijgt netto op de bankrekening: € 2.700
Maand van aanschaf fiets:
Uw werknemer krijgt een nettovergoeding van € 1.250 op de bankrekening. Dit bedrag gaat af van het brutoloon.
Blijft over een nettoloon van € 1.950. Uw werknemer krijgt in totaal € 1.950 + € 1.250 = € 3.200.
Uw werknemer ontvangt € 500 meer dan de € 2.700 die hij of zij normaal krijgt. De € 500 is de belasting van 40% over € 1.250 die uw werknemer nu niet hoeft te betalen.
De vergoeding van € 1.250 wijst u aan als eindheffingsloon. U betaalt daarover geen belasting zolang u binnen de vrije ruimte blijft.
U betaalt premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing Zvw aan de Belastingdienst over € 3.250. In plaats van over € 4.500.
Uw werknemer kan de fiets ook betalen met een onbelaste kilometervergoeding. U geeft uw werknemer dan een vergoeding per kilometer woon-werkverkeer. Een vergoeding tot € 0,25 is onbelast.
U leent uw werknemer een bedrag om een fiets van te kopen. Omdat uw werknemer dit bedrag terugbetaalt, gaat het niet van de vrije ruimte af. De werknemer kan die lening ook terugbetalen met de onbelaste kilometervergoeding.
U leent uw werknemer € 1.500 voor een fiets. Deze krijgt € 0,15 kilometervergoeding voor woon-werkverkeer voor een route van 4 kilometer. Dat is een vergoeding van € 1,20 per werkdag. Daarmee betaalt uw werknemer de lening terug in ongeveer 5 jaar.